Mijn zoon

Soms knaagt aan mij dat angstige gevoel:
Ben ik nou wel de vader van die jongen
Die studiebol, die falen heeft verdrongen
En zonder dralen afgaat op zijn doel

De voorspoed heeft hem luidkeels toegezongen
Zelfs voor de heetste vuren blijft hij koel
Een zelfverzekerd lachje op z’n smoel
Het pad naar boven kent slechts reuzensprongen

Examenfeesten gaan gepaard met drank
En overdaad kan leiden tot excessen
Cum laude slagen vraagt geen levenslessen
Ik vond hem languit liggend naast de bank

Met trots bezag ik al die lege flessen
Hij is mijn zoon, waarachtig, godzijdank

terug naar de inhoudsopgave